AirborneArnhem.nl : Het Willem Tiemens Archief AA  ·  Home  ·  Over

voor meer: www.tiemens.info

 

WILLEM  CORNELIS  VAN  BUUREN

BOSWACHTER  EN  ORANJEWACHTER

 

 

Dankbaarheid overheerst als we terugdenken aan hen die een voorbeeld gaven in hun persoonlijke keuze tegen het kwaad, zonder enig compromis.

(Passage uit de kersttoespraak van koningin Beatrix, die op 25 december 1994 via de radio is uitgezonden)

 

Hoewel hij al meer dan dertig jaar geleden overleed, zullen velen in Schaarsbergen, het noordelijke gedeelte van de gemeente Arnhem dat zo rijk aan bossen is, zich boswachter Willem van Buuren van Het Geldersch Landschap nog goed herinneren. Geen wonder. Want hij 'regeerde' niet alleen als een vorst in 'zijn' landgoed Warnsborn, maar mocht op grond van wat hij verder ondernam tot de vooraanstaande Schaarsbergers uit zijn tijd worden gerekend.Daar komt nog bij - en dat is zeker niet algemeen bekend - dat Van Buuren in de oorlogsjaren een bewonderenswaardige houding tegenover de bezetter heeft aangenomen. Reden om in deze tijd, waarin regelmatig op de donkere oorlogsjaren wordt teruggeblikt, ook eens stil te staan bij deze man aan wie thans nog weinigen zullen terugdenken, maar die het zeker niet heeft verdiend om te worden vergeten.

 

 

Willem Cornelis van Buuren

Willem Cornelis van Buuren werd op 29 augustus 1905 in Rotterdam geboren. Het gezin telde zeven kinderen, vijf meisjes en twee jongens van wie Willem de oudste was. Omdat vader Van Buuren in 1910 bij de Maatschappij van Welstand ging werken, verhuisde het gezin naar Frederiksoord. In 1923 overleed Van Buuren Sr. daar. Na zijn schooltijd heeft Willem eerst enige tijd op het kantoor van de Maatschappij gewerkt. Vanuit die functie werkte hij ook nog een korte periode in Eindhoven. Aangenomen mag worden dat het kantoorleven hem niet kon bekoren, want het duurde niet lang of hij trad als boswachter in dienst van baron Van Zandbergen in Leuvenum. Intussen was Willem van Buuren getrouwd en in 1931 werd het paar verblijd met de geboorte van hun dochter. Het jaar daarop trad Willem van Buuren per 1 mei als boswachter (in de rang van assistent opzichter) in dienst van Stichting Het Geldersch Landschap, welke stichting kort tevoren het landgoed Warnsborn in eigendom had verworven.

 

 

Het huisje De Enck waarin Willem van Buuren woonde

 

In Schaarsbergen

Het gezinnetje verhuisde naar Schaarsbergen waar het het huis De Enck aan de Bakenbergseweg (nr. 257) naast de ingang van het landgoed Warnsborn betrok. Willem had zijn draai gevonden. Als jonge boswachter had hij nu de verantwoordelijkheid voor wat in aanleg één van de mooiste landgoederen in ons land was, al was er sprake van achterstallig onderhoud. "Toen ik als jong boswachtertje in Arnhem kwam was er volop werk aan de winkel," zo vertelde Van Buuren eens aan een verslaggever van de Arnhemse Courant. "Op Warnsborn stonden de huizen leeg! Ik heb de heren van Het Geldersch Landschap voorgesteld ze weer te verhuren. Goed dat gebeurde na een hoop kunst- en vliegwerk.  Van het herenhuis gingen ze een hotel maken. Maar het werd een duur hotel: alleen de mensen met geld zouden op die manier kunnen genieten van het natuurschoon, dat er toch voor ons allemaal is, niet?" aldus Van Buuren en hij vervolgde: "Daar moeten we wat aan doen, dacht ik. Wat zou u ervan zeggen heren, als ik eens probeerde een kampeercentrum op te richten ? Laat ook de gewone man een kans krijgen de natuur in te gaan, zei ik en dan vooral de stadsmens, die het zo nodig heeft. Dat was een griezelig idee in die tijd. De mensen stonden een beetje huiverig tegenover kamperen. Het was gek met een kort broekje te lopen." Dank zij het enthousiasme van de boswachter gaven 'de heren' hun fiat aan het plan om op het open veld naast de boswachterswoning een kampeerterrein in te richten. Het bestaat nog steeds. Onder de bezielende leiding van Van Buuren werd in de daaropvolgende jaren het achterstallig onderhoud van Warnsborn weggewerkt. Het landgoed lag er na verloop van tijd uitstekend verzorgd bij, een lust voor het oog. Uit hoofde van zijn functie raakte hij nauw betrokken bij de activiteiten van de IJsvereniging Schaarsbergen die, wanneer de weergoden haar welgezind waren, op de grote vijver in Warnsborn een ijsbaan met verlichting en muziek in bedrijf stelde. Wanneer de baan open was, was Willem van Buuren er steevast te vinden om een oogje in het zeil te houden. Na verloop van tijd werd hij voorzitter van de vereniging. Het behoeft geen bevreemding te wekken dat de natuurliefhebber en aanpakker Van Buuren ook een taak voor zich zag weggelegd in de organisatie van de brandweer.Hij werd adjunct-brandmeester van 'kring 11' (Schaarsbergen) van de Arnhemse brandweer en kreeg enige jaren later daarvan ook de leiding.

 

In het verzet

De Duitse inval, het bombardement van Rotterdam en de bezetting moeten, evenals voor zoveel anderen, voor Van Buuren een grote schok zijn geweest. Reeds omstreeks juni-juli 1940 nam de Arnhemse politieman J.B. Onnekink het initiatief tot het oprichten van de verzetsgroep PPP, hetgeen stond voor 'Pugna Pro Patria'. Hij werd daarbij bijgestaan door zijn zwager Dirk Grosman, een jonge onderwijzer. Onnekink, die met zijn gezin in een klein huisje nabij kasteel Zypendaal woonde, kende Van Buuren waarschijnlijk al vrij goed. Hij vroeg hem toe te treden tot de leiding van zijn groep. Van Buuren stemde toe. Nooit heeft hij verteld wat hem bewoog om al zó vroeg in de oorlog in het actieve verzet te gaan. "Verder sprak vader weinig over zijn 'heldendaden' (...)," zo schreef mij zijn dochter. Ongeveer gelijktijdig met Onnekink begonnen ook de Arnhemse middenstanders, Petrus ('Piet') F.A. Hoefsloot (eigenaar van een meubelwinkel en commandant van de inmiddels verboden Burgerwacht, een soort reserve politie) en Frans Heinekamp (eigenaar van een drukkerij) leden voor een verzetsgroep te rekruteren. In augustus 1940 gingen de groep PPP en de organisatie van Hoefsloot/Heinekamp samen. Nog in dezelfde maand vond er een samengaan plaats van de nieuwe Arnhemse groep met een groep die de sportleraar Dirk Willem Folmer uit Zeist had opgericht. De nieuwe organisatie kreeg de naam Oranjewacht. De leiding streefde ernaar om die tot een landelijk opererende organisatie te laten uitgroeien. Met de Oranjewacht groepen in Utrecht, Zwolle, Leeuwarden en Nijmegen behoorde die in Arnhem tot de best georganiseerde en meest actieve, zo stelden de Duitsers naderhand vast. Maar terwijl de Arnhemse Oranjewacht groep nog druk bezig was om zijn organisatie uit te bouwen, aan wapens en munitie probeerde te komen en de daden van verzet zich nog beperkten tot het verspreiden van vlugschriften, kregen de Duitsers al lucht van zijn bestaan.

 

Hotel Groot Warnsborn vóór de verwoesting in april 1945

 

Opgepakt

Frans Heinekamp werd op 10 december 1940 gearresteerd, Piet Hoefsloot twee dagen later. Toen Willem van Buuren op 10 februari 1941 werd opgepakt, was Onnekink, die ternauwernood aan arrestatie wist te ontsnappen, inmiddels van het toneel verdwenen. Hij slaagde erin naar Engeland uit te wijken. In totaal werden 15 leden van de Arnhemse Oranjewacht groep opgepakt om vervolgens in een groot proces door het Feldkriegsgericht des Kommandierenden Generals und Befehlshabers im Luftgau Holland te worden berecht. Zij konden zich allen door een advocaat laten bijstaan. Zelfs bestond de mogelijkheid om tegen het vonnis in beroep te gaan. Een aantal veroordeelden maakte daarvan gebruik. De Duitsers hebben ontegenzeglijk veel werk gemaakt van het proces. Ze deden er alles aan om het zo eerlijk mogelijk te doen lijken. Dat neemt echter niet weg dat onder andere Hoefsloot en Heinekamp de doodstraf opgelegd kregen, die in hoger beroep gehandhaafd bleef. Zij werden op 9 juli 1942 in het fort te Rijnauwen bij Utrecht geëxecuteerd. Dirk Grosman werd tot zes jaar tuchthuis veroordeeld. Willem Van Buuren werd beschuldigd van voortdurende samenzwering (wird beschuldigt der fortgesetzten Feindbegünstigung).Die leidden de Duitsers af uit zijn leidinggevende positie binnen PPP en de daarop volgende deelname aan Oranjewacht. Waarschijnlijk bekende de beklaagde dat hij in de nacht van 30 op 31 augustus 1940 (de 31ste was de verjaardag van koningin Wilhelmina!) in Arnhem had deelgenomen aan het verspreiden van vlugschriften, die volgens de aanklager een deutschfeindliche inhoud hadden. Dat betrekkelijk onschuldige feit komt tenminste in de aanklacht voor. Over wapens geen woord. Die hebben de Duitsers trouwens ook niet bij hem gevonden, dank zij het doortastend optreden van zijn vrouw. Zij slaagde erin ze onder haar kleding het huis uit te smokkelen terwijl haar man de Duitsers aan de praat hield! Hij kreeg uiteindelijk drie jaar tuchthuis, onder aftrek van voorarrest. Zeker in het licht van de 'vonnissen' die de Duitsers later in de oorlog in zulke zaken velden, kwam Van Buuren er naar verhouding nog betrekkelijk genadig af. In het beruchte 'Oranjehotel' en daarop volgend in kamp Amersfoort hebben de boswachter van Warnsborn en de andere veroordeelde Oranjewachters een zware tijd doorgemaakt, al heeft Van Buuren zich daar nooit over uitgelaten. "Daar konden we alleen de lichamelijke bewijzen van zien," aldus zijn dochter. Evenals de zwijgzame Willem van Buuren, wilde ook Dirk Grosman na de oorlog niet over zijn gevangenschap praten. Omdat zijn traumatische ervaringen hem naderhand parten begonnen te spelen, is hij die ervaringen op doktersadvies gaan opschrijven. Die aantekeningen schetsen ons nu het schokkende beeld van hetgeen hij (en dus ook de andere daar gevangen gehouden Oranjewachters) onder de onmenselijke en mensonterende omstandigheden in kamp Amersfoort heeft moeten doormaken. Enkele citaten: "In die Baracken weggetreten! Marsch. Marsch!!" Dit laatste schreeuwt Stöver uit. Een aanhoudend geroffel van klompen op de bevroren grond breekt los. We bestormen de dubbele deuren om zo snel mogelijk binnen te zijn. Nu begrijp ik, waarom de oudere gevangenen met meer ervaring zo traag mogelijk waren bij het aantreden. Zij zijn weer het eerst binnen en lopen het minste kans de laatste te zijn. Kotälla stormt achter ons aan en trapt de achterblijvers naar binnen. Eenmaal binnen wachten wij met spanning af. Het is opeens weer doodstil. "Heraus! Heraus! Antreten!" schreeuwt Kotälla en Hurkmans neemt het over. Wij stormen weer naar buiten en het begint opnieuw ... Ausrichten, Mützen ab, enzovoort. Het gaat Stöver niet vlug genoeg en er volgt strafexercitie. Wij kennen en vrezen dit. Dat wordt kikkeren, hinlegen und aufstehen, eindeloos, zolang tot Berg, die het commando nu overneemt, geen stem meer heeft en alleen met zijn duim het tempo aangeeft. De achterblijvers worden voortgeknuppeld en als het een jood is zo nagezeten, dat hij van uitputting in elkaar zakt. Berg heeft een speciale wijze van trappen, Banning de voorman van het revier heeft het mij verteld. Hij trapt in de zij en schopt lever of nieren kapot. Er zijn de Häftlinge 550 en 570. Het zijn Limburgse zigeuners, speciale speelobjecten voor Berg. Zodra hij hen ziet trapt hij hen tegen de grond. Zij kunnen niet meer overeind komen en proberen draaiend om de ergste trappen van de laarzen van Berg te ontgaan. (...) Zij schijnen een zekere dood tegemoet te gaan. De broden die wij krijgen zijn ongeveer 25 cm lang. Wij moeten het met 4 man delen. Als het uitgedeeld wordt komen er onmiddellijk duimstokken te voorschijn. Er wordt gemeten en gesneden. Eén moet zich omdraaien en moet de naam noemen van hem voor wie het aangewezen stuk bestemd is. Toch zijn er allerlei bezwaren. Het eindstuk loopt rond af en is dus kleiner. Ja, maar het heeft meer korst en is dus voedzamer. En in de korst zit bovendien het bakkersvet waarmee het bakkersblik is ingesmeerd. Ik kan het werk niet aan. Het dragen van de zware zandbakken. Het elkaar te slim af zijn. De meedogenloosheid waarmee ieder voor zijn eigen leven vecht. Ik ben ingedeeld bij de Schießstand en loop met een veel grotere voorman. Ik krijg alle vracht op mij. Ik heb steeds een van de grootste bakken, die ongenadig volgeladen wordt. Mijn klompen zijn gestolen en ik heb twee verschillende maten. Mijn voeten zijn kapot en opgezwollen. De wonden gaan ontsteken en genezen niet meer”.

 Wie kennis neemt van de volledige inhoud van Dirk Grosmans notitie over zijn ervaringen in kamp Amersfoort, begint te begrijpen waarom mannen zoals hij en Van Buuren nadien niet of nauwelijks in staat waren daar over te spreken. Na behandeling van het hoger beroep dat een aantal Oranjewachters tegen hun vonnis had aangetekend, werden de tot tuchthuisstraf veroordeelden uit kamp Amersfoort in de zomer van 1942 op transport gesteld naar Duitsland. Willem van Buuren kwam in het tuchthuis Rheinbach bij Bonn terecht. Merkwaardigerwijs brak daarmee voor hem, zo vertelde hij later, nog de minst beroerde periode uit zijn gevangenschap aan. Het regime was in Rheinbach weliswaar streng, doch de leiding was er niet ongeschikt en in elk geval niet sadistisch zoals in Amersfoort. Hij verrichtte er tuinmanswerk en genoot zelfs een beperkte mate van vrijheid. Op 15 februari 1944 ging hij door de poort van het tuchthuis de vrijheid tegemoet..

 

Weer vrij, maar in een onvrij land

 

 

Taken weer op zich genomen

Na thuiskomst nam hij zijn oude taken weer op zich. Het wachten was nu op de bevrijding die met D-day plotseling nabij en op 17 september 1944 aangebroken leek. Het pakte anders uit. In het centrum van Arnhem waren de luchtlandingstroepen en de Duitsers in felle gevechten gewikkeld. Op diverse plaatsen braken branden uit. Brandmeester Willem van Buuren trok met zijn Schaarsbergse vrijwilligers naar de stad om de reguliere Arnhemse brandweer te hulp te schieten. In Schaarsbergen zag men zich intussen door de enorme toevloed van vluchtelingen, wat later gevolgd door een stroom van evacués, voor grote problemen geplaatst. Na terugkeer sloeg Van Buuren direct aan het organiseren. In zijn huis kwam een evacuatie hulppost. Uit de stad liet hij meel ophalen waarmee twee geëvacueerde bakkers in een sinds lang niet meer als zodanig gebruikte bakkerij in de Stroolaan aan het werk gingen. Het waren hectische dagen, waarin hij zich zonder enige schroom van zijn motorfiets bediende. En dat in een tijd waarin veel Duitsers zich wegens gebrek aan gemotoriseerd vervoer noodgedwongen te voet moesten verplaatsen! Om te voorkomen dat ze hem zijn kostbaar bezit afhandig zouden maken, droeg hij een indrukwekkend, maar vals document bij zich dat alle Duitse diensten verbood zijn motorfiets in beslag te nemen!

 

Van zijn Sparta moesten ze afblijven . . .

 

Opnieuw illegaal werk

Weldra werd een wel heel bijzonder beroep op Willem van Buuren gedaan. Of hij zijn medewerking wilde verlenen aan het verbergen van parachutisten die na de strijd door diverse oorzaken in vijandelijk gebied waren achtergebleven. Als geen ander wist hij welk risico hij liep wanneer hij daarbij gepakt zou worden. Hij zou geen schijn van kans meer hebben. Desalniettemin aarzelde hij geen moment. Het kwam waarschijnlijk niet eens in hem op om zijn medewerking aan deze riskante onderneming te weigeren. Volgens een berichtje dat in de jaren vijftig in het dagblad Trouw stond, hebben zich 32 parachutisten in zijn domein schuilgehouden. Ze verbleven er slechts tijdelijk, in afwachting van de uitvoering van het plan om hen weer terug te brengen in het eigen kamp, aan de andere kant van de Neder Rijn. Het liep goed af met de parachutisten (en andere onderduikers!) in Warnsborn. Ondanks de aanwezigheid van veel Duitsers in de omgeving, zijn ze niet ontdekt. Na de oorlog ontving Van Buuren van zowel Britse als Amerikaanse zijde erkentelijkheidsbetuigingen voor zijn hulp bij het laten terugkeren van geallieerde militairen. Met het oog op hun veiligheid vertrokken zijn vrouw en dochtertje in december 1944 naar Friesland.

 

 

Geallieerde erkenning voor en dank aan een dapper man

 

Na de oorlog

Na de bevrijding hernam het leven spoedig zijn normale loop. Er was veel werk aan de winkel, ook voor Willem van Buuren. Warnsborn had nogal  te lijden gehad van de oorlogshandelingen. Naast het gebruikelijke onderhoud moest er veel worden opgeruimd en hersteld. Het kampeercentrum moest nieuw leven worden ingeblazen. Willem van Buuren had de touwtjes als vanouds weer strak in handen.

 

In juli 1946 deden Willem van Buuren en zijn mannen van 'Kring 11' in Arnhem mee aan wedstrijden voor brandweerploegen

 

Waaghalzen die in het najaar de tamme kastanjebomen in Warnsborn te lijf gingen met knuppels, hadden slechts voor één ding diep ontzag: Van Buuren met zijn hond! Bezoekers van Warnsborn die zich misdroegen (door bijvoorbeeld afval achter te laten of kleurige herfsttakken te plukken) stond een stevige schrobbering te wachten. En op het kampeerterrein hield hij nauwlettend in de gaten dat er niet tegen de regels werd gezondigd. Overtreders kregen een berisping of ze konden hun biezen pakken. Wanneer het kampeerterrein zijn poorten sloot, stonden de voorbereidingen voor het schaatsseizoen al weer voor de deur. Rond de grote vijver moest een tijdelijk hek worden geplaatst, het keetje bij de ingang, waarin ook de grammofoon onderdak vond, moest worden opgebouwd, de lampen moesten worden opgehangen, de elektriciteit naar het keetje gebracht enz. Het wachten was vervolgens op het invallen van de vorst. Dan vergde de vrijwillige bosbrandweer, zeker in de periode waarin die weer op oude sterkte moest worden gebracht, de nodige aandacht en tijd. Na de oprichting van de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen (uit Bezettingstijd) werd Willem van Buuren aangezocht secretaris van de afdeling Arnhem en Omstreken te worden. Later zou hij het voorzitterschap op zich nemen. Naast al deze drukke werkzaamheden vond hij ook nog tijd om her en der - pro deo - lezingen te houden over Het Geldersch Landschap en 'zijn' Warnsborn. Willem van Buuren was zonder twijfel een groot natuurliefhebber en -kenner. Een man die er bovendien veel aan gelegen was anderen daarvan deelgenoot te maken. Met zijn volgende uitspraken, gedaan in een interview voor het artikel in Het Vrije Volk van zaterdag 17 januari 1959, onderstreepte hij dat nog eens: "Wat een boswachter nu precies doet ? Nou, je bent natuurlijk weer de boeman, hè. Je voornaamste taak is het, geloof ik, de mensen bij de natuur te brengen. Daarbij ben je dan voor sommigen een kwaaie politieagent (...)." En verder: "Het doet me wel goed dat het bezoek aan de bossen steeds begint toe te nemen. Begrijp me goed: een boswachter is er niet om iedereen op de vingers te tikken, nee, hij is blij wanneer veel mensen komen genieten van het prachtige natuurschoon. Hij zal alles doen (zoals ik dan met lezingen) om het publiek hier te krijgen en ze te wijzen op de schoonheid om ons heen."

 

 

Willem van Buuren in een ongedwongen pose bij het kampvuur op de camping

 

Niet ongeschonden

Het ogenschijnlijk zonder problemen hervatten van zijn werkzaamheden en het niet meer reppen over zijn belevenissen uit de oorlogsjaren wekken al snel de indruk dat Willem van Buuren uiteindelijk ongeschonden uit die donkere periode tevoorschijn was gekomen. Er zijn echter symptomen die er op wijzen dat dit toch niet het geval was. De drie jaar dat hij in Duitse gevangenschap heeft doorgebracht en hetgeen hij gedurende die periode heeft meegemaakt, hebben hem vrijwel zeker van zijn vrouw doen vervreemden. Reeds in 1946 gingen ze uit elkaar. De relatie die hij later met een andere vrouw aanging, hield evenmin stand. Zijn laatste jaren is hij alleen door het leven gegaan. Hij overleed na een kortstondig ziekbed op 2 augustus 1964, slechts 58 jaar oud. Weinigen zullen zich hebben gerealiseerd dat de oorlogservaringen wellicht aanzienlijk diepere sporen hebben achtergelaten in deze ogenschijnlijk onkwetsbare man dan men op het eerste gezicht zou zeggen. Het tonen van zijn zwakke kanten was nu eenmaal niet zijn sterkste zijde. Dirk Grosman typeerde hem treffend in slechts drie woorden: "Een prima vent." Dat was hij.

1 Mei 1956: 25 jaar in dienst van Stichting Het Geldersch Landschap

Klik hier om terug te gaan naar de Home Page.